![]() |
| Het verhaal van "De bosvogels" begint in het jaar 1927. Even het rekensommetje makende (dit jaar, 2006,100 jaar scouting), valt op dat onze scouts één van de eerste scoutsgroepen in België was. In het kader van "Culture physique" of "lichaamscultuur" werd onze groep opgericht door onderpastoor Jozef Vleugels en zijn compagnon Fons De Vleeshouwer, als initiatief om de jeugd van de straat te houden. De eerste lokatie waarover we konden beschikken, was in geen geval te vergelijken met onze huidige groene omgeving. Een zaaltje aan de bergstraat, links van de ingangspoort van de meisjesschool, onder toezicht van zuster Archangeline (Imelda Ruymen, 1890-1988)werd ons ter beschikking gesteld door de gemeente Waarom onze souts een scouts werd en geen turnkring, zoals in tal van andere Vlaamse gemeenten het geval was, was misschien wel toeval. Al snel werd namelijk hulp van buitenaf aangesproken, nl. familie van zuster Archangeline in Herentals, waar kort voordien een scoutsgroep werd opgericht op initiatief van de zoon van Baden Powell himself. Daar was sedert 23 april 1919 een groep gestart. In de prille jaren van onze eigen groep werden de eertse padvinders dan ook opgeleid door gezanten uit Herentals: knopen leren, sporen volgen, in de buitenlucht slapen: de essentiële vaardigheden van een echte scout. Nu en dan was er ook wel eens tijd om te spelen: voetbal, vissen, rugby,... Het speelterrein was toen reeds de rimboe. Van een vliegende start gesproken! Op 29 september 1928 werd reeds het eerste "aansluitings BREVET d' Affiliation" in Brussel verkregen, waardoor de groep "recht had op alle voordelen der Associatie in het algemeen en op deze welke de troepen onderling zich enigszins kunnen bieden". Ook een heuse groepsvlag werd nog dat jaar aangekocht en gewijd in de kerk. Vlag en brevet zijn meteen de oudste documenten, die binnen de groep worden bewaard. Het verbond van de scouts heette toen B.P.B.B.&S.S. De "Baden Powell Belgian Boy- & Seascouts en de leuze was, en is nog steeds, in het Belgisch:"Be Prepared" (wees paraat). Ook nog in 1928 ging het eerste kamp door. Met de stootkar van de plaatselijke schrijnwerker werd hebben en houden op een stootkar geladen en trokken de mannen naar het domein Montens in Massenhoven. Er werd een duif meegenomen, om los te laten bij aankomst in Massenhoven, zodat Grobbendonk gerust kon zijn, dat de reis goed verlopen was. De reis was vermoeiend en zwaar (hoe meer die eerste scouts dat verhaal vertelden, hoe zwaarder de reis werd!) en aan de watermolen van Viersel donderde een deel van de stootkar tegen de wereld. De duif ontsnapte … en Grobbendonk sliep op beide oren. De mannen waren goed aangekomen. Vanaf het begin waren het gemeentezaaltje en de Rimboe the place to be voor de werking, maar in de loop van de jaren '30 reeds kwam er een eigen lokaal in het 'fabriek' , de slijperij, van de familie Schoofs, vooraan in de Leopoldstraat (toen nog Bergstraat). Vrouwen, laat u niet misleiden: deze vereniging was oorspronkelijk uiteraard enkel bedoeld voor jongens. Pas veel later werden ook de Gidsen in Grobbendonk opgericht. Ondertussen, zo'n 70 jaar later, zijn wij al tal van jaren geïnstalleerd in de bossen van de rimboe. Stevige lokalen, een groot speelterrein en vooral alle bossen rondom onze lokalen vormen de perfecte lokatie voor onze jeugdwerking die dezer dagen uitgegroeid is tot een vereniging getrokken door zo'n 30 leiding: ieder weekend opnieuw bieden wij zo'n 230 schoolkinderen, van 6 tot 19, de ideale uitlaatklep na een weekje achter de schoolbanken gezeten te hebben. Sinds kort niet meer V.V.K.S.M., maar wel Scouts en Gidsen Vlaanderen, nog steeds met respect voor de oorspronkelijke waarden en doelstellingen van scouting, uiteraard aangepast aan hedendaagse maatschappelijke opvattingen. |